Nieuwe natuur heeft de zeearend naar Drenthe gelokt

Haliaeetus albicilla, Zeearend
De zeearend komt ook veel voor in arctische gebieden. © Saxifraga / Piet Munsterman
Voorheen was het een sporadische wintergast, maar nu is de zeearend een permanente bewoner van Drenthe geworden: sinds ongeveer 10 mei voeden twee trotse zeearend-ouders hun kersverse kroost op in een bos bij Veenhuizen.
Boswachter Corné Joziasse van Staatsbosbeheer is erg enthousiast over de keuze van het vliegende gezin om zich hier te vestigen. "Het is een enorme roofvogel", vertelt hij. "De grootste roofvogel van Nederland."

Eten jatten

"Je zou denken: een zeearend zit bij zee, maar het is echt een broedvogel van moerasgebieden", zegt Joziasse. De zeearend begeeft zich graag in waterrijke gebieden, omdat ze daar hun maaltijden vinden. Ze eten namelijk vis, maar ook grote watervogels zoals ganzen en eenden. Een eend kunnen ze zelfs in hun vlucht uit de lucht plukken. Zo'n vangst kan nog wel eens gepaard gaan met een hoop geweld. Vandaar dat de zeearend het ook geen probleem vindt om de buit van andere vogels of zelfs otters te jatten.
Gedurende het broedseizoen hebben de vogels zo'n 500 tot 600 gram eten per dag nodig, maar dit zakt naar zo'n 200 tot 300 gram in de minder actieve wintermaanden.

Met de deur in huis

Zoals Joziasse al bevestigde, is de zeearend een enorme vogel. Vandaar dat ze ook wel 'vliegende deur' worden genoemd. Hun spanwijdte kan wel 2,40 meter bereiken, en ze hebben 'gevingerde' vleugels. De volwassen vogels hebben een kenmerkende witte staart, een licht gekleurde kop en een gele snavel. De jonge vogels missen de witte staart en lichte kop en zijn donkerder gekleurd dan de volwassen vogels. Ook hun snavel is nog donker. Het geluid dat ze maken is hoog en doet denken aan de roep van een meeuw.

Klauwtje vasthouden

Rond hun vijfde levensjaar beginnen de vliegende gevaartes zich voort te planten. Als ze eenmaal een koppeltje vormen, blijven ze hun leven lang bij elkaar. Het zijn dus best toegewijde dieren: ze worden namelijk gemiddeld 21 jaar oud, maar uitschieters van 25 jaar zijn niet ongewoon. De oudste zeearend, voor zover bekend, werd zo'n 32. Mocht een zeearend onverhoopt vroegtijdig overlijden, dan zoekt de weduwe(naar) wel een nieuwe partner.
Het baltsritueel van de zeearenden omvat veel vliegend vertoon. Het paartje in spe vliegt dan samen, voert soms een duet op, en houdt handjes vast op z'n vogels - wat inhoudt dat ze elkaars klauwen aanraken en soms zelfs beetpakken. In dat laatste geval storten ze naar beneden met bewegingen gelijkend aan radslagen, en pas vlak voor ze de grond bereiken laten ze elkaar los en zoeken ze weer het luchtruim op. Hoewel het aanraken van de klauwen zeker bij het baltsgedrag hoort, wordt er van het vasthouden van de klauwen gedacht dat het meer te maken heeft met territoriumdrift tussen de zeearenden in een bepaald gebied.

Nieuwe natte natuur

Maar waarom kiezen die zeearenden nu opeens Drenthe uit als vaste stek? Komt dat door het veranderende landschap en de relatief recente toevoeging van waterrijke gebieden? "Dat heeft er absoluut mee te maken", zegt ecoloog Hans Dekker. "Drenthe heeft vanaf de jaren '80 ingezet op herstel van grootschalige natuur, echt forse gebieden. Denk aan de Geeserstroom, het Bargerveen, al dat soort gebieden. Daarbij werd ook vaak de waterhuishouding hersteld, wat zorgde voor nattere gebieden, gecombineerd met een waterberging."
En met die nattere gebieden kwam ook fauna op die floreert in het nat, zoals vissen en watervogels. "En die zeearenden zijn gek op vis en watervogels", vertelt Dekker. "Dus als je werkt aan robuuste natuur, dan krijg je ook soorten erbij die als het ware icoon zijn van dat soort natuur. Dat is het gevolg van het werk dat we met z'n allen in Drenthe hebben gedaan aan herstel van de natuur."
Het zijn dus niet de welbekende Drentse vennetjes, heidevelden, en veen op zichzelf die aantrekkelijk zijn voor de zeearend. "Die komt niet af op typisch Drentse plantjes zoals de zonnedauw, maar op ruige gebieden en dikke vissen", merkt Dekker op. Ook aan die typisch Drentse gebieden wordt nog steeds gewerkt, maar juist door de combinatie met die nieuwe natuur zoals bijvoorbeeld in de Onlanden of het Fochtelooerveen, vinden de zeearenden het thuis dat ze zoeken.